Dorpsgenoten

Janus Hagelaars

Geboortedatum: 5-3-1922 te Oerle
Sterfdatum: 5-10-1944 te Nuland-Geffen

Engelandvaarder en een van de eerste Nederlandse commando’s
Janus Hagelaars vertrok op twintigjarige leeftijd via België, Frankrijk en Spanje per schip naar Curaçao. Daar monsterde hij aan als machinist op een olietanker die via New York, in een konvooi naar Engeland voer. Na ondervraging door Overste Pinto kon hij zich aanmelden voor de commando-opleiding. Begin september 1944 werd hij lid van de lijfwacht van Prins Bernard. Na Market Garden heeft hij een kort bezoek aan zijn ouders en verloofde kunnen brengen. Op 5 oktober 1944 overleed hij bij krijgshandelingen in het niemandsland bij Geffen-Nuland onder mysterieuze omstandigheden. Het is later nooit bekend geworden waarom hij daar was en wat zijn opdracht was. Prins Bernard liet via zijn particuliere secretaris weten dat de naam Janus Hagelaar hem niets zei. Janus ligt begraven op het Nationaal Ereveld Loenen (Vak E, nr. 1260). Hij was drager van het Kruis van Verdienste en postuum van het Verzetsherdenkingskruis en het Oorlogsherinneringskruis. Zijn naam staat op de plaquette van het provinciaal Gedenkteken ‘De Brabantse Soldaat’.

Vooroorlogse periode
Janus werd geboren als zoon van Franciscus en Wilhelmina Hagelaars – Jansen in Oerle. Hij had een broer en drie zussen. Vader, beter bekend als ‘Ciske de Kuiper’, had café ‘De Linden’ op nummer 58 van de Oude Kerkstraa

Het gezin van Franciscus en Wilhelmina Hagelaars-Jansen met uiterst rechts Janus.

Janus bezocht de lagere school in Oerle en daarna in Eindhoven de ambachtsschool, waar hij werd opgeleid tot automonteur. Van 1938 tot 1941 werkte hij bij verschillende garagebedrijven en daarna nog 11 weken op het vliegveld Welschap, toen Fliegerhorst Eindhoven genoemd.
Hij was voor het begin van de oorlog al goedgekeurd voor de militaire dienst en had zich als vrijwilliger aangemeld voor het Nederlands Oost-Indisch leger. Op 19 mei 1942 zou hij in actieve dienst gegaan zijn.

Engelandvaarder, een reisverslag
Met zijn vriend …. Meulenbroeks vatte hij het plan op om naar Engeland te gaan. Via een kloosterbroeder en Thomas van den Boomen uit Wintelre kreeg hij het adres van baronnesse Helena Schoenmaeckers in Amby, bij Maastricht. Ze kregen van haar de opdracht om met 1150 gulden elk terug te komen. Dat geld zou dan omgewisseld worden in Belgische en Franse franken voor de reis. Ook zouden ze contactadressen krijgen voor onderweg. Op 18 februari 1942 gingen Meulenbroeks, van den Boomen en Hagelaars per fiets naar Arendonk, per tram naar Antwerpen en per trein via Brussel naar Doornik (Tournai).
’s Nachts gingen ze te voet de Franse grens over en vervolgens per trein van Lille naar Parijs. Hun contactpersoon blijkt onvindbaar en ze besluiten door te reizen naar Les Laumes, halverwege Parijs en Lyon. Daar gaan ze te voet de demarcatielijn tussen het door de Duitsers bezette deel van Frankrijk en het deel dat door een Duitsgezinde Franse regering gecontroleerde werd. Tijdens de treinreis naar Lyon worden ze door de Franse gendarmes aangehouden en gedwongen zich te gaan melden bij het vreemdelingenlegioen in Marseille. Na drie dagen in de kazerne van het legioen mochten ze naar de kerk, maar in plaats daarvan gingen ze naar het Nederlands consulaat. Daar werd hun aangeraden niet te tekenen en te vluchten. Bij de vlucht werden ze gearresteerd, zwaar mishandeld en drie dagen in de gevangenis opgesloten. Na vrijlating kwamen ze via het consulaat vervolgens in een Nederlands kamp bij Toulouse.
Op 30 september 1942 trokken ze in konvooi naar Madrid en verder naar de havenstad Cadiz in het zuiden van Spanje. Op 6 oktober scheepten zij in op de “Cabo de Buena Esperanza” naar Curaçao, waar zij op 25 oktober aankwamen. Via contacten met de Shellgemeenschap daar kan Janus aanmonsteren als vijfde machinist op de Belgische olietanker “Laurent Meeuws” die via New York in een konvooi naar Engeland ging varen.

In Engeland en India
Na het gebruikelijke verhoor door overste Ernesto Pinto op de Royal Victoria Patriotic School, dat alle Engelandvaarders uit Nederland ten deel viel, werd Janus ingedeeld bij de Irene Brigade. Het relaas hierboven is grotendeels gebaseerd op het verslag van het verhoor door Pinto van 4 januari 1943. Op 8 februari 1943 werd hij overgeplaatst naar nr. 2 Dutch Troop van Interallied Commando. Hij werd daar opgeleid tot een van de eerste Nederlandse commando’s. Op 24 februari 1943 kreeg hij de dapperheidsonderscheiding, het kruis van verdienste, voor zijn ontsnappingstocht uit Nederland uitgereikt.

De onderscheidingen van Janus Hagelaars:
(linksboven en verder met de klok mee)
Penning Koninklijke Nederlandse brigade Princes Irene vijftigjarig jubileum, 1941-1991, Verzetsherdenkingskruis, Oorlogsherinneringskruis met gesp Arnhem-Nijmegen- Walcheren 1944, Kruis van Verdienste

Na zijn commando-opleiding werd hij in december 1943 met andere commando’s naar Brits Indië gestuurd om daar te worden ingezet. Hij behoorde daar bij de groep die daar in reserve gehouden werd. Op 15 augustus 1944 was hij met de rest van nr. 2 Dutch Troop terug in Engeland. De meesten van hen namen deel aan de Operatie Market Garden vanaf 17 september. Vijf commando’s echter waaronder Janus Hagelaars en Ab van Creveld, zijn vriend en metgezel na Curaçao, werden aangewezen als lijfwacht van Prins Bernard. De andere drie waren een luitenant en twee korporaals.

Terug in Oerle
Met de prins arriveerde hij op 23 september in bevrijd Eindhoven. Hij kreeg toestemming om zijn ouders en verloofde te bezoeken in Oerle op 4 oktober. Hij was vergezeld van de andere leden van de lijfwacht, met uitzondering van zijn buddy Ab van Creveld.

De volgende ochtend vertelden de drie leden van de lijfwacht aan Ab van Creveld, dat Janus Hagelaars was gedood in het niemandsland in Nuland-Geffen. Ab was woest vanwege de erecode van de commando’s om nooit iemand, gewond of dood, achter te laten. Hij kreeg het voor elkaar om met een van de korporaals met een jeep terug te keren naar de plaats waar Janus was gesneuveld. Halverwege echter achtte de korporaal het te gevaarlijk om verder te gaan. Alleen dreigen met de krijgsraad zorgde ervoor dat Ab van Creveld akkoord ging. Mede daardoor bleef het stoffelijk overschot van Janus Hagelaars lang in de open lucht liggen in het niemandsland. Op 27 oktober 1944 is Janus Hagelaars begraven op het kerkhof van Oerle.
Op 3 juni 1982 werd Janus Hagelaars herbegraven op het Nationaal Ereveld Loenen (vak E, nr. 1260). Op het kerkhof in Oerle is nog een gedenkplaat te zien.

De grafsteen van Janus Hagelaars ligt nog altijd op het kerkhof van Oerle. De datum van overlijden hierop is 4 oktober, de dag van zijn bezoek aan Oerle. Hij stierf echter na middernacht.

Het graf van Janus Hagelaars op het Nationaal Ereveld Loenen.

Nog veel vraagtekens
Waarom gingen de 4 mannen na het bezoek aan Oerle naar Nuland-Geffen, zo’n 50 km verderop? In de archieven is niets terug te vinden van geplande acties. Ook Ab van Creveld kreeg er niets over te horen. Als reden voor het feit dat hij overal buiten is gehouden werd gegeven, dat hij van Joodse afkomst was en daardoor extra risico liep.

Navraag bij het Koninklijk Huis Archief leverde niets op. De reactie van de particuliere secretaris van prins Bernard leverde desgevraagd de volgende quote op: “…..U mede te delen dat de Prins zich de heer Hagelaars niet herinnert en dat deze ook in het persoonlijk archief van Zijne Koninklijke Hoogheid niet voorkomt.” Het blijft toch moeilijk voor te stellen dat je een lid van je persoonlijke lijfwacht, die sterft in het harnas, niet kunt herinneren. De vraagtekens ronde de dood van Janus Hagelaars werden alleen maar groter hierdoor, antwoorden zijn echter niet meer te verwachten.

Bronnen:
Verslag van het verhoor van Engelandvaarder Adrianus Josephus Hagelaars.
Overste Oreste Pinto, Royal Victoria Patriotic School, Londen, 4 januari 1943.
Archief Erfgoedhuis Veldhoven
Eindrapport betr. het sneuvelen van commandosoldaat Hagelaars dd 5 oktober 1944 van Luc van Gent m.b.e. van 28 december 1995
Archief Erfgoedhuis Veldhoven
Brief van de Dienst van het Koninklijk Huis van 1 november 1995, kenmerk 993/FU/PL
Archief Erfgoedhuis Veldhoven
Brief van de Dienst van het Koninklijk Huis van 20 november 1995, kenmerk 1018/FU/PL
Archief Erfgoedhuis Veldhoven
De Sprong: herinneringen 1940-1945; Boek van Eduard Jacob Rosen Jacobson (blz.140 – 175; de reis van Cadiz, Curaçao en via New York naar Engeland met Janus Hagelaars) ISBN 9789082164312

Meer dorpsgenoten

Jan Segers

Veldhovense schilder die veel dorpsbeelden uit het verleden vastlegde.

Piet Rijkers

Als je ‘het Zilster Volkslied’ zegt, dan zeg je Piet Rijkers.

Piet de Jong

Legendarische ‘sheriff’ van Zeelst: direct, doortastend en niet bang om bendes aan te pakken.

Pietje van Keulen

De barbier van Zilst. Recht door zee, maar niet altijd gemakkelijk voor zijn omgeving.

Cees Sleegers

In z’n eentje biedt hij zes uur lang tegenstand aan naar verluidt vierhonderd Duitse militairen.

Janus van der Velden

Kleurrijk ondernemer. Van al zijn ondernemingen is Janus nooit echt rijk geworden, maar rijk als mens des te meer.

Scroll Up