Eind 19e, begin 20e eeuw is handboogschieten ongekend populair, met name in Brabant. Zo zijn er in Zeelst, dan nog een zelfstandige gemeente met circa 1250 inwoners, maar liefst vijf handboogschietverenigingen. Daarvan is er vandaag de dag nog eentje over: Vreugde Zij Ons Doel (VZOD), opgericht in 1896. Dankzij deze populariteit lukt het Brabantse handboogschutters de wereldtop te bereiken. Het Nederlandse handboogteam, met voornamelijk schutters afkomstig uit Brabant, wint tijdens de Olympische Spelen van Antwerpen in 1920 zelfs een gouden medaille.
De industriële revolutie in de 19e eeuw zorgt voor een verschuiving van werken in de landbouw naar werken in de industrie. Steden groeien en dorpen verliezen inwoners. Zo groeit Tilburg snel door de opkomst van de textielnijverheid. De arbeiders uit de omgeving maar ook de specialisten, vaak afkomstig uit het westen van het land, gaan op zoek naar een nieuwe sociale samenhang.
Vermaak wordt sport
In het westen van Nederland is sport al uit Engeland overgewaaid en de specialisten brengen die mee naar onze regio. Er is hier altijd wel al sportief vermaak dat sterk verweven is met traditie, religie en het boerenbestaan. De talrijke schuttersgilden in de Kempen organiseren het Koningschieten. En de kermis is het ‘sportieve’ hoogtepunt van het jaar: worstelen, stokgevechten, balspelen, drink- en eetwedstrijden. Allemaal niet los te zien van gezelligheid, onderlinge rivaliteit tussen buurtschappen en sociale samenhang.
Onder invloed van de nieuwe wind uit het westen wordt het vermaak gestandaardiseerd, want er is behoefte aan organisatie en reglementering om wedstrijden te kunnen houden. Brabant moest echter niks hebben van de Engelse sportcultuur en dat zie je aan de namen van de nieuwe sportverenigingen. Die zijn afkomstig uit het Latijn, het Frans of het Nederlands en maar zelden uit het Engels.
Aanvankelijk een elitesport
In de 17e en 18e eeuw spelen de schuttersgilden nog een belangrijke rol bij de handhaving van de openbare orde. In de 19e eeuw neemt een politieapparaat die taken over en gaan schuttersgilden vaak over in handboogschietverenigingen.
De elite in de steden is verenigd in sociëteiten zoals “De Philharmonie“ in Tilburg met beschermheer koning Willem II. Je kan alleen lid worden van zo’n sociëteit na voordracht en ballotage. De sociëteiten hebben ook handboogschietverenigingen in de stijl van de oude gildes. Festiviteiten worden opgeluisterd met veel pracht en praal, tromgeroffel en soms zelfs kanonschoten. Handboogschieten wordt zo dé sportieve activiteit van de elite. In navolging ontstaan ook op andere sociale niveaus handboogschietverenigingen in koffiehuizen en herbergen. In Tilburg alleen al meer dan 30.
Koninklijke steun
In 1849 laat de nieuwe koning Willem III een handboogconcours houden op Het Loo in Apeldoorn om zijn lage populariteit wat op te vijzelen. Veel van de deelnemende verenigingen komen uit Brabant. Tijdens het afsluitende diner wordt de koning een beschermheerschap aangeboden dat hij spontaan aanvaardt. Zonder overleg met de regering wat volgens de nieuwe grondwet noodzakelijk is. Het volgende concours in 1851 sponsort hij niet meer, maar het koninklijk huis zal tot ver in de 20e eeuw medailles ter beschikking stellen bij vele concoursen.
Deze tekst is ontleend aan een lezing van sporthistoricus Thijs Kemmeren (1951), gebaseerd op zijn proefschrift over de sociaal-maatschappelijke betekenis van sport in Tilburg. Diverse sporten waaronder de handboogsport waren bijna twee eeuwen geleden belangrijk in de maatschappelijke ontwikkelingen.
Bijschrift foto: Handboogschietvereniging VZOD, rond 1915. De oudste sportvereniging van Veldhoven. (Foto Erfgoedhuis Veldhoven)







































































