Het katholieke geloof heeft een enorme invloed gehad op de ontwikkeling van Brabant, en we hebben er bijzonder veel aan te danken. In een boeiende, drukbezochte lezing nam René Bastiaanse ons mee terug naar een tijd waarin het leven van de wieg tot het graf volledig werd bepaald door het katholieke geloof. Met de komst van de radio, tv en brommer kwam daar een einde aan.
Brabant rond 1900
Brabant was van oudsher katholiek en diepgelovig. Rond 1900 is 2/3e van de bevolking boer, boerin, boerenzoon of boerendochter, en erg arm. De levensverwachting is slechts 45 jaar en 1 op de 5 kinderen sterft in het eerste levensjaar. Het zijn eenvoudige mensen die meestal niet kunnen lezen en schrijven. Vaak wonen ze in plaggenhutten; hokken waar de koe evenveel ruimte heeft als het boerengezin. Er zijn dan nauwelijks grote steden. Brabant bestaat voornamelijk uit onvruchtbare zandgrond en moeras. In die woestenij liggen de dorpjes. In 1899 telt Veldhoven 42 huizen met 180 inwoners. Meerveldhoven is twee keer zo groot met 350 inwoners. Zonderwijk telt er 180, Heiberg 60, Heers 80 en Schoot 80. In 1930 woont 20% van alle Brabanders in buurtschappen van een paar honderd inwoners. Door het ontbreken van verharde wegen is er nauwelijks contact met andere dorpen. Men komt doorgaans nooit verder dan 20 à 25 kilometer van het dorp of 4 à 5 uur gaans, zoals de wegwijzers de afstand in die tijd aangeven. Wat er 40 of 50 kilometer verderop gebeurt, is volstrekt onbekend.
Vroom volk wordt kerkvolk
Door het leven in geïsoleerde gemeenschappen hebben de notabelen van het dorp veel aanzien en invloed: de burgemeester, de onderwijzer, de dokter, en vooral de pastoor, want hij is een directe vertegenwoordiger van Christus. Die invloed gebruiken de pastoor en zijn priesters om de bevolking te disciplineren. Een vroom volk wordt kerkvolk gemaakt: voortaan op zondag naar de kerk en ter communie, biechten en vis eten op vrijdag. Er worden honderden extra parochies gesticht en honderden extra kerken gebouwd. In 1970 telt Brabant maar liefst 500 parochies; nu zijn dat er nog 50.
Huwelijkse plicht
Er was één belangrijke regel die priesters graag voorhielden aan echtelieden: de katholieke huwelijksmoraal. Trouwboekjes uit de periode 1920–1948 zijn altijd voorzien van een inleiding: “Korte onderrichtingen en nuttige wenken voor gehuwden”; een soort gebruiksaanwijzing voor de huwelijksplicht. Voorbehoedmiddelen zijn verboden, en het gevolg is een ongekende bevolkingsgroei. Nergens in Europa is de huwelijksvruchtbaarheid zo hoog als in Brabant. Gezinnen met 10 tot 15 kinderen zijn heel gewoon, en op foto’s uit die tijd zie je de kinderen vaak opgesteld als orgelpijpen (in volgorde van lengte).
Economie
Die bevolking groeit flink, maar de dorpen groeien niet mee. Op het platteland is voor grote boerengezinnen niet genoeg werk, dus trekt men massaal naar de steden. Philips, opgericht in 1899, profiteert volop van die goedkope arbeidskrachten. Vooral van de vele boerendochters die er vanaf hun 12e wat kunnen verdienen in de gloeilampenfabriek: in 1900 is 80% van de werknemers vrouwelijk. Ook in de sigaren- en schoenindustrie werken veel vrouwen. De economie draait als een tierelier.
Maar in de jaren 30 volgt er een economische crisis. Veel boerenzonen en -dochters worden ontslagen uit de fabrieken en keren terug naar het oude boerderijtje, dat nog even klein is als voorheen. In de jaren daarna woedt de oorlog. Als in 1945 heel Nederland wordt bevrijd, is de situatie in Brabant buitengewoon beroerd. De agrarische sector is volledig ingestort en er heerst grote armoede.
Vrees voor moreel verval
Commissaris van de Koningin De Quay, een streng katholiek, maakt in 1946 een plan voor de wederopbouw. Hij wil de industrie niet in de steden concentreren, maar verspreiden over de dorpen. Om te voorkomen dat de eenvoudige katholieke plattelanders in aanraking komen met “goddeloze” stadsinvloeden. Adviseurs, waaronder de latere bisschop Bekkers, onderschrijven dit. Niemand zou verder dan 6 kilometer hoeven reizen naar zijn werk, om te vermijden dat mannen en vrouwen gemengd in bussen zouden zitten en op zwoele gedachten zouden komen. Op de provinciale kaart worden cirkels met een straal van zes kilometer getekend, met in het midden industriekernen die subsidie krijgen. Met Marshallhulp worden wegen, riolering en bedrijventerreinen aangelegd. Dit katholieke industriebeleid heeft geen economische intenties, maar is bedoeld om een eenvoudige katholieke bevolking te beschermen tegen kwade invloeden van buitenaf. Dankzij dat beleid herstelt de welvaart zich verbluffend snel. Sneller zelfs dan boven de rivieren.
Katholieke zorg
Nederland is dan het meest katholieke land van de wereld, en dat heeft ook een bijzonder menselijke kant. Vele broeders en zusters zorgen voor wezen, zieken en gehandicapten, voor de opbouw van het onderwijs en het terugdringen van de kindersterfte. In de missie is zelfs 1 op de 9 missionarissen wereldwijd afkomstig uit Nederland. Het zijn de ontwikkelingswerkers avant la lettre.
Teloorgang
Als in de jaren 60 de kerken leeglopen, wil de katholieke kerk moderniseren met het Tweede Vaticaans Concilie in 1962. Het einde van het rijke roomse tijdperk is dan al ingezet door de toegenomen welvaart. De radio maakt de wereld groter, de televisie nog meer, en de brommer geeft jongeren vrijheid. In het midden van de jaren 50 luistert men nog wel naar meneer pastoor, maar doet allang niet meer wat hij predikt.
Ter afsluiting van het eerste deel van zijn betoog illustreerde René met een foto van de inzegening van een supermarkt in 1959 de katholieke alledaagsheid uit die tijd. Boven de stapel appelmoesblikken hangen kruisbeelden en wijwatervaatjes. Als thuis het kruisbeeld stukgevallen was, kon je met de boodschappen een nieuw kruisbeeld gaan halen.
Klik op de fotoimpressie voor een grote weergave.
Katholieke seksuele moraal
Na de pauze ging René dieper in op de katholieke seksuele moraal. Want waarom laat men zich de wet voorschrijven en dan ook nog met name op seksueel gebied door priesters die ongehuwd zijn? Wat weten die mannen daar nou van, en waar halen ze het lef vandaan om zulke intieme vragen te stellen? René vond de antwoorden in kleine handboekjes die vanaf de jaren 20 in de priesteropleiding worden gebruikt. Elke seksuele handeling, elke activiteit, elke variatie, elk standje, elke overtreding, elke zonde wordt daarin uitvoerig beschreven.
Biecht
Als in de jaren 70 de eerste berichten over seksueel misbruik in de katholieke kerk verschijnen en ook nog blijkt dat priesters alles weten van seks is er veel negativiteit over hen. Toch is dat niet helemaal terecht. Voor een priester is kennis van seksualiteit in zijn dagelijkse praktijk erg belangrijk: voor de biecht. Dat is een heel belangrijk sacrament binnen het katholieke geloof. Als je ergens spijt van hebt, word je dat in de biecht altijd vergeven en kun je weer met een schone lei beginnen. Het katholieke geloof is erg mild.
Onkuis zijn; ongeoorloofde wellust wordt gezien als de makkelijkst begane doodzonde die er bestaat. Zelfs onkuise gedachten zijn uit den boze. Het is daarom van belang dat een priester alle vormen van onkuisheid kent, zodat hij kan vergeven. In zijn handboekje vindt hij ook allerlei adviezen over eten, slapen en medicijnen om onkuisheid tegen te gaan. René geeft een aantal hilarische voorbeelden.
Doodzonde
Elke vorm van seks buiten het huwelijk is uiteraard een doodzonde. Binnen het huwelijk is alles geoorloofd, op één voorwaarde: er mag geen enkele druppel zaad verloren gaan. Vaak wordt nu gedacht dat de katholieke huwelijksmoraal erop gericht was dat een vrouw zoveel mogelijk kinderen zou krijgen. Ten onrechte. Een goede priester waakte over het zielenheil van zijn parochianen en moest ervoor zorgen dat niemand naar de hel zou gaan. Het was zijn morele plicht om bij het uitblijven van een zwangerschap op huisbezoek te gaan om te achterhalen of er al dan niet sprake was van een doodzonde.
Quiz
Met een afsluitende quiz leerden we:
- dat Nederland in 1967 maar liefst 13.388 priesters telt;
- dat het ingezamelde zilverpapier voor de missie waarschijnlijk gewoon werd weggegooid. Er werd in elk geval geen tin uit gewonnen;
- dat de wet die getrouwde vrouwen verbood buitenshuis te werken wordt afgeschaft in 1956, maar dat veel werkgevers beneden de rivieren nog tot in de jaren 70 vrouwen eervol ontslag geven als ze gaan trouwen;
- dat na een tv-toespraak in 1963 waarin bisschop Bekkers stelt dat alleen het echtpaar zelf bepaalt hoe groot het gezin wordt (en niet meneer pastoor) de wachtkamers van huisartsen volzitten met vrouwen die vragen hebben over geboortebeperking;
- dat een Singer trapnaaimachine slechts met één voet bediend moest worden om geen aanleiding te geven tot onzedige gevoelens;
- dat vroeger alles gezegend werd (geïllustreerd met foto’s): kerken, scholen, grote en kleine beelden, gasfornuizen, ziekenhuizen, fabrieken, voetbalvelden, klokken, paarden, brandweerauto’s, gewone auto’s, motoren, fietsen tot aan de krukken toe. Allemaal met de wijwaterkwast, oftewel aspergillum.
Met het juiste antwoord op de laatste benaderingsvraag “hoeveel knoopjes heeft een soutane of priesterkleed?” won Tiny Leijten de quiz. Het zijn er 33, ontleend aan de leeftijd van Christus aan het kruis.















































































































































