Schoolmeesters behoorden vroeger met o.a. de pastoor, dominee en burgermeester tot de lokale elite. Rond de twintigste eeuw zijn zij naast onderwijzer ook sterk betrokken bij het leven van alledag. Terugkijkend valt de rol op die zij in Veldhoven spelen in het vastleggen van de plaatselijke gebruiken, de verhalen, het verenigingsleven enz. Toen waren ze belangrijk voor de heemkunde maar ook nu spelen zij een opvallende rol.
De Urnenprikker
Peter Norbertus Panken (Duizel, 1819 – Bergeijk, 1904) is een Noord-Brabantse schoolmeester en archeoloog. Als zodanig heeft hij een bijdrage geleverd aan de heemkunde van de Noord-Brabantse Kempen. Hij ston bekend als een zonderlinge vrijgezel, getooid met een bolhoed, gierig en in de weer met allerlei oude paperassen.
In 1840 gaat Panken voor het eerst aan de slag, om in 1843 in de Hoge Berkt te Bergeijk meerdere urnen met menselijke crematieresten te vinden. Panken begint alles zorgvuldig te documenteren, ook de verhalen over spoken en heksen, kabouters en weerwolven.
De encyclopedie van de schoolmeester
Cornelis Rijken uit Duizel (1861-1942) begint in 1880 als negentienjarige onderwijzer aan de openbare lagere school in Veldhoven-Dorp. In 1926 stapt hij over naar het bijzonder onderwijs en wordt hij hoofdonderwijzer van de Jongensschool in de Dreef. Na 50 jaar kan hij zich als pensionado nog meer uitleven en bezig zijn met de geschiedenis van de regio. Hij bezoekt hiervoor veel kerkelijke, gemeentelijke en rechterlijke archieven. Zijn belangstelling voor geschiedenis, archeologie en de natuur krijgt vorm in ongeveer 70 schriftjes. Zo ontstaat een zelfgeschreven encyclopedie. Dit naslagwerk vormt de basis voor de vele lezingen en voordrachten, waarin hij zijn kennis over de plaatselijke heemkunde deelt met geïnteresseerd publiek. Hij leeft voort in een straatnaam.
’t Misterke van Oers
Louis van der Heijden (1883-1972) wordt ’t Misterke genoemd. Zijn bijnaam dankt hij aan zijn bescheiden lengte. In 1912 wordt hij aangesteld tot hoofd van de school in Oerle. Buiten schooltijd is hij zeer actief bezig als dirigent en organist. Hij bekleedt bestuursfuncties bij lokale fanfare St Cecilia. Als er in het dorp een feest plaatsvindt is hij de voorzitter van het feest comité. De boerenstand profiteert van zijn kennis en inzet. Hij is prominent aanwezig bij plaatselijke Boerenleenbank. Hij bestuurt een fokvereniging en de vereniging voor rundveeverbetering door kunstmatige inseminatie.
Veelzijdig verzamelaar
Jacques Cuijpers (1850-1913) is niet alleen onderwijzer en hoofd van de lagere school te Zeelst. Hij is ook een van de eerste volkskundigen in ons land. Hij verzamelt vol enthousiasme allerlei alledaagse zaken: kinderrijmpjes, volksverhalen, dialectwoorden, spotnamen voor dorpen, spreuken en gezegden. Ook noteert hij volksgebruiken en rituelen bij de jaarlijks terugkerende kalenderfeesten zoals Oud en Nieuw, Vastenavond en Pasen.
Schoolmeesters van nu
Wie zou denken dat de rol van schoolmeesters in de heemkunde verleden tijd is, vergist zich. Het Bestuur van Erfgoedhuis bestaat uit acht mannen waarvan er vijf jarenlang in het onderwijs werkzaam zijn geweest. Zij bewaken het erfgoed in de heemkamer en samen met vele enthousiaste leden leggen zij de lokale geschiedenis van nu vast.
Foto: De schoolmeesters Cuijpers, Rijken en Van der Heijden.



















































































