Het is goed om bij tijd en wijle ook eens achterom te kijken. Veldhoven is in een razend snel tempo veranderd. De van oorsprong agrarische bevolking is verdwenen. De industrie heeft Veldhoven overgenomen.
De historie herleeft
Eind jaren tachtig van de vorige eeuw zien de lokale agrarische organisaties, zoals NCB (Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond), KVO (Katholieke Vrouwen Organisatie) en de KPJ (Katholieke Plattelands Jongeren) hierin aanleiding om het vroegere boerenlandleven nog eens nadrukkelijk onder de aandacht te brengen. Ze zoeken contact met de Gemeente Veldhoven, als grondeigenaar van een perceel akkerbouwgrond (thans industrieterrein Habraken) aan de Vooraard te Oerle met het verzoek deze grond te mogen gebruiken en op die manier de historie te laten herleven. De gemeente stemt in en afgesproken wordt dat naar een oud gebruik een tiende deel van de opbrengst naar de grondeigenaar gaat.
Zaaien en oogsten
Een kavel ter grootte van 1 ha wordt met paard en ploeg bewerkt en geëgd. In het najaar van 1987 wordt het graan (rogge) op verschillende traditionele manieren gezaaid. Met de hand maar ook met paard en zaaimachine. Als het koren in de zomer van 1988 rijp is, gaan leden van de NCB en KVO aan de slag om met de hand aan de zicht (handzeis) en de pikhaak het graan te maaien, op te binden en op stuik te zetten. Ook de paarden maaibalk en zelfbinder worden ingezet om de oogst binnen de halen. Een trotse wethouder en destijds locoburgemeester van Veldhoven, Toine Gresel neemt gezeten op de bok van een grote historische landbouwkar het (tiende) deel van de opbrengst in ontvangst nemen.
Tiendrecht
De tiende is oorspronkelijk een soort kerkelijke of sociale belasting ter financiering van sociale werken zoals armenzorg, het levensonderhoud van priesters en het in stand houden van kerkgebouwen. Het tiende deel van de opbrengst in landbouw en veeteelt moet worden afgedragen. In het Oude Testament wordt al gesproken over deze vorm van belasting. Met de komst van het Christendom doet het tiendrecht zijn intrede in West-Europa. Onder Karel de Grote (747-814) wordt het tiendrecht wettelijk vastgelegd. Het tiendrecht rust niet op een persoon maar is verbonden aan een goed zoals een landerij. Bij een verandering van eigenaar blijft het recht verbonden aan het goed. Uit oorkondes uit de 13e eeuw blijkt dat de abdij van Postel in Veldhoven-Zonderwijk en Oerle veel tiendrechten bezit. Ook wereldlijke heren kunnen tiendrechten bezitten, bijvoorbeeld als zij een kerkje bouwen en onderhouden. Vanaf de komst van de Fransen in 1789 verdwijnt het tiendrecht, in de Kempen vaak pas halverwege de 19e eeuw.
De inning
Aanvankelijk gebeurt de inning in natura waarbij men letterlijk een tiende deel van de oogst op de velden met de tiendkar gaat ophalen. De tienden in natura worden door de tiendheffer opgeslagen. Vaak imposante schuren bij kloosters en abdijen. Met het toenemen van de geldeconomie wordt de tiende steeds vaker voldaan in klinkende munt.
In ’t Oude Slot
Traditionele landbouwwerktuigen waarmee gewerkt werd, zijn nu nog te zien in Museum ’t Oude Slot te Veldhoven-Zeelst. Van de Historische Landbouwdag in 1988 is een dvd gemaakt. Deze is te bekijken in de Heemkamer van Erfgoedhuis Veldhoven (op de 1e verdieping van de bibliotheek).
Foto: De betaling van de tienden (Pieter Brueghel de Jonge, 1618)







































































