Achter het hek van vliegbasis Eindhoven gaat een wereld schuil die de meeste omwonenden nooit zien. Onze leden kregen dit voorjaar die kans: drie groepen van achttien mensen gingen op excursie onder leiding van Ton van Mol, gepensioneerd luchtmachtmedewerker en geboren verteller. Op drie verschillende dagen in april gingen de groepen per bus het terrein op. Ton reed met hen langs bijzondere plekken en bleek over alles uitstekend geïnformeerd: de huidige organisatie, de geschiedenis van de basis én de natuur die er ongestoord zijn gang gaat.
Het doel vanuit de vliegbasis was goed nabuurschap: organisaties van omwonenden meer laten zien van de basis, zonder de veiligheid in het gedrang te brengen. Wat velen misschien niet weten is dat Eindhoven Airport op de militaire basis slechts een bescheiden hoekje heeft, van waaruit het gebruik mag maken van de faciliteiten.
De excursie liet van alles zien: de nieuwe ontvangsthal in aanbouw, aankomende en vertrekkende verkeersvliegtuigen, de militaire tankvloot, de Hercules-toestellen die over vier jaar worden vervangen en de hangar van het leerdock, waar Mbo’ers een stage volgen als vliegtuigmonteur, Maar ook de ongerepte natuur waar zelfs gasten alleen maar vanaf afstand naar mogen kijken, een bosperceel waar nog niet alle Duitse munitie geruimd is en een passage van diverse oudere toestellen die als roerend erfgoed de basis verfraaien.
De afsluiting was indrukwekkend: het monument voor de ramp met de Hercules in 1996, waarbij 34 mensen om het leven kwamen. In vrijwel elke excursiegroep treft Ton wel iemand die persoonlijk bij de ramp betrokken is geweest, met telkens een nieuw verhaal. Een indrukwekkende afsluiting.
Klik op de fotoimpressie voor een grote weergave.
Huidige organisatie
Vliegbasis Eindhoven is de thuisbasis van het Air Mobility Command van de Koninklijke Luchtmacht. Er zijn verschillende transportvliegtuigen voor personen en goederen gestationeerd voor wereldwijde militaire operaties, humanitaire missies en speciale opdrachten. Airport Eindhoven blijkt maar een bescheiden hoekje te hebben, van waaruit zij gebruik mogen maken van de faciliteiten van de militaire basis.
Verleden
Er liggen nog veel resten van de oorlog. Munitiebunkers, oude startbanen, betonnen oefenbommen en verwrongen stukken metaal. Bomscherven, want het vliegveld is in de oorlog verschillende keren gebombardeerd. Uit documentatie bleek dat een van de bommen werd gebruikt bij het bombardement op Zeelst. Een scherf ervan is te zien in museum Het Oude Slot.
Norbert Panken beschreef aan het begin van de vorige eeuw een ‘kabouterheuvel’ op een plek waar later het vliegveld zou worden aangelegd. Die heuvel had hij destijds ontdekt na het horen van de volksverhalen over de kabouters van koning Kyrië. Panken ontdekte dat de kabouterbergen grafheuvels uit de bronstijd waren. Na acht jaar zoeken vond Ton in 2018 de door Panken beschreven grafheuvel, ruim 3800 jaar oud, helemaal begroeid en nauwelijks nog te zien.
Ongerepte natuur
De vliegbasis herbergt verrassend veel natuur. Vorig jaar werden er 93 verschillende vogelsoorten geteld. Vooral de beschermde veldleeuwerik doet het erg goed, want die houdt van arm grasland. Het terrein wordt namelijk niet bemest en niet veel gemaaid. Er staan talloze bomen van meer dan 100 jaar oud. Die ongereptheid trekt insecten, vlinders en uilen. Er lopen vossen rond en er zijn twee dassenburchten. Ook zijn er waterpoelen met allerlei soorten salamanders. Het vliegtuiglawaai lijkt de dieren niet te deren.



































































































































































